Volgens de gemaakte afspraak gaan Jørgen en ik vandaag samen op pad nadat we ons “ontbijt” hebben genuttigd. Gelijk als we de herberg verlaten gaat het al weer berg op, een gemene klim met een even gemenere afdaling. Een pad van losse stenen en rotsen. In het begin is het even wennen hij loopt erg ongemakkelijk, is onrustig en voelt zich niet zeker. Ik geef hem een van mijn wandelstokken, al gauw wordt het zichtbaar dat dit hem meer zekerheid bied en geeft. Na een uurtje komen we bij het bekende punt waar David, een oud pelgrim, zijn plekje heeft gevonden in een verlaten boerderij. Elke pelgrim is hier welkom en je kunt er zelfs slapen, ook kan en mag elke passerende pelgrim iets van het stalletje pakken om even bij te komen, van een bekertje koffie tot een welgevulde kom muesli of boterham met pindakaas(!), blikje frisdrank of een stuk fruit. Het enige wat hij verwacht is een kleine bijdrage, donativo, in een potje om dagelijks de spulletjes aan te vullen. Als wij er komen is het er druk en gelijk zie ik weer vele bekende gezichten en de herkenning bij velen, met de daarbij warme hughs van de voor jou zo bekende pelgrims. Waarbij telkens de vraag gesteld wordt, gaat het nog en waar gaat de reis vandaag naar toe. Jørgen is enigszins verbaasd van al deze spontaniteit maar een jonge Australische stelt hem op zijn gemak en na een kleine 20 minuten rust gaan we gezamenlijk weer verder. Gedrieën lopen we naar Astorga, waar bij binnenkomst de overgang van de spoorweg blijkt te zijn vervangen door een heuse wandelbrug, alleen vragen wij ons af waarom zo’n kunstwerk, voor een oversteek van 4 meter en een enkele passerende trein elke dag. Enige kilometers verder volgt een straffe klim naar het centrum, boven aangekomen verlaat de Australische ons. Zij blijft in Astorga vandaag en gaat naar de gemeentelijke herberg die we dan even later passeren. Jørgen en ik zoeken een sportzaak op om enige hulpmiddelen te kopen, hij koopt o.a. wandelstokken. De ervaring deed hem goed en gaf hem meer zekerheid waardoor hij besloot een paar stokken aan te schaffen, ook kopen we beide een paar handschoenen want de weersvoorspellingen en ook door hetgeen enkele mede pelgrims zeggen, we hebben vriesweer te verwachten op de hoogte waar we straks gaan wandelen. Zelf schaf ik nog een extra ondershirt(thermal) aan.
Na de inkopen eerst even een kop koffie op het plein en daarna een supermarkt opzoeken voor de ingrediënten voor de dagelijkse lunch. Op het plein komen we Tomas weer tegen en hij drinkt samen met ons koffie, hij heeft de snelheid van een haas en gaat na de koffie weer verder. Wij kuieren door Astorga en gaan richting Murias de Rechivaldo een uurtje of anderhalf wandelen vanaf Astorga, voordat we morgen aan de klim naar Foncebadón beginnen. Onderweg wordt er door Jørgen flink geoefend met de wandelstokken, ik bemerk en zie dat Jørgens rugzak niet juist is gegespt en scheef op zijn rug hangt. Na wat overleg worden er aanpassingen gedaan waardoor het beter aanvoelt maar ook beter zit, Jørgen is blij met deze hulp en klaart zienderogen op en loopt een stuk makkelijker. In de nieuwe herberg, Las Águedas, die aan het einde van het dorp Murias de Rechivaldo direct aan de route ligt, is nog plaats voor ons. We schrijven ons in en gaan gelijk even slapen en hopen dan enigszins warmer te worden. De temperatuur buiten was al flink gedaald gedurende de middag, na het slaapje eerst even douchen. Wassen doen we wel een andere keer want het zou niet op tijd droog zijn als je morgen weer vertrok. ’s Avonds een gezamenlijke maaltijd wat ook weer een verrassing was, een salade met of zonder vis naar keus, een stevige schotel met aardappels en kip met als toetje de keus uit een yoghurt, ijsje of appeltaart. Dus ook hier een goede verzorging en dan naar bed.
Nadat we waren opgestaan eerst ontbijten, een Spaans ontbijt zoals vaker. Hierna op stap met de wetenschap dat we vandaag naar een hoogte van 1500 meter gaan dus we hebben enige hoogtemeters te overbruggen. In het begin gaat het tempo gelijk op maar later wordt het ritme en het tempo Jørgen te hoog en hij zegt tegen mij dat het beter is dat ik gewoon mijn eigen tempo loop en dat hij afhaakt om niet in de problemen te geraken en mij niet tot last wil zijn. We zeggen elkaar gedag, wensen elkaar een “Buen Camino” en ik ga verder richting Foncebadón, onderweg kom ik hem nog een keer tegen toen ik een koffiebar uitliep in Rabanal de Camino. Het weer is ondertussen guurder geworden en de handschoenen die ik had gekocht in Astorga geven je een goed en warm gevoel. Onderweg kom je pelgrims tegen die een paar sokken als handschoenen gebruiken, ook een oplossing om koude handen tegen te gaan. Tijdens de klim naar Foncebadón zie ik ook het Brabantse echtpaar Jack en Mariet weer, ze zitten aan de rand van het bos in de luwte een broodje te eten. Het weer wordt alsmaar slechter, mistig, kouder en soms een klein regenbuitje of nat sneeuwbuitje. Het laatste stuk is pittig, zeg maar erg pittig. Ik moet regelmatig stoppen vanwege adem gebrek en om mijn hartslag te laten zakken, het klopte soms behoorlijk in mijn hals. Aan het eind van de dag kom ik Foncebadón binnen, de eerste twee herbergen zijn vol en hebben hun reserves al aangesproken. Ik wordt door verwezen naar de kerk daar zou nog plaats zijn. Zoals wel vaker gebeurde, ik had weer geluk en het laatste bed. Allen die na mij kwamen en bleven, werden te slapen gelegd in de kapel. In deze gemeentelijke herberg (Parochiale) was weinig douche ruimte en er waren minimale sanitaire voorzieningen. Er waren er slechts weinigen die zich gingen douchen, buiten was de temperatuur onder het vriespunt gekomen.Het was goed zo.
Nou Rene zo zie je maar dat die verhalen altijd een kern van waarheid bevatten. Je moet het wel willen zien natuurlijk……. Dat je zomaar alleen bij het Cruz de Fierro stond vind ik wel verbazingwekkend. Je zou toch denken dat iedereen daar een tijdje blijft staan. Weer een verkeerde gedachte van mij dus. Liefs Annelies